Fallcrest Tales

Heilige Dag der Beschaving
Tarsakh 4-5, 100 NR (nacht)
Samenvatting

Bij het naderen van Fallcrest blijkt dat de hele stad in feeststemming is. Overal wordt gedanst en gezongen want om middernacht begint de Heilige Dag der Beschaving, een feest ter ere van Erathis. Het optreden van Het Gouden Gekeelte in de tempel wordt echter verstoord door het luide gegil van Amara Azaer die het onthoofde lichaam van haar broer, Tarrow Azaer, aan de ingang tot de tempel ziet rondwandelen in ware zombie-stijl. Deze blijkt echter niet de enige te zijn die in de stad ronddwalen. De helden volgen het spoor tot in Lowtown waar de zombies uit de Nentir rivier klimmen. Na een kort onderzoek blijkt dat ze in het water springen vanaf de Tower of Waiting temidden van de Nentir rivier in Hightown. De wachters van Fallcrest staan toe dat de helden als eerste het eiland aldaar verkennen en zo belandt het gezelschap per sloep de voet van de toren.

Opmerkingen

Ook de paarden Carla (zwart) en Thimo (wit) kunnen nog niet teruggebracht worden omdat Lannar Thistleton ook aan het feesten is en zijn stal momenteel ook gesloten is. Tarrow Azaer (broer van Amara Azaer van House Azaer in Fallcrest) en zijn vrouw Mial Sitraes kwamen onlangs om in de aanval op hun wagon net buiten Fallcrest.

View
Anarus Kalton
Tarsakh 4, 100 NR (namiddag)
Samenvatting

Letizzia, Daelin en Sareth besluiten met z’n drieën de geest van Anarus en diens skeletten uit te roeien. Een plan dat ze vrij snel in de problemen brengt: Daelin ligt uiteindelijk stervende in het ondergrondse gangenstelsel nadat hij – volledig onder controle van Anarus zijn bezwering – door de opening naar beneden gesprongen is. Letizza zet het op een lopen en ziet geen mogelijkheid meer om zichzelf én Daelin te kunnen redden. Sareth duikt in een laatste wanhoopspoging ook nog in het ondergrondse gang en helpt Daelin terug bij positieven. Deze, echter nog onder invloed van Anarus zijn spreuk, dankt haar door een dolk in haar buik te ploffen. Nadat Sareth hem hard in het gezicht slaat, is Daelin terug zichzelf. Elk moment kan Anarus boven hen uit komen torenen om hen de genadeslag toe te brengen. Dat blijft echter uit wanneer ze boven hen een stem horen zeggen: “Anarus, mijn zoon! Wat voor onheil ben je nu weer aan het brengen! Hier is al genoeg onrecht gebeurd!” Na een korte stilte horen ze Anarus zeggen: “Arrol.. hoe kan dit? Jij bent toch dood?!” Er lijkt een gevecht uit te breken, maar Sareth en Daelin wachten niet om te zien wat er gebeurd en zetten ze het op een strompelend lopen naar buiten. Na even de wonden wat aandacht te geven tot alle buiten levensgevaar zijn, beslissen ze dat Traevus zijn codex zelf maar moet komen halen als hij die wil, nemen ze paard en kar en vangen ze de tocht aan richting Fallcrest. Wanneer ze op de King’s Road komen, deelt Sareth hen mee dat haar plicht haar roept en ze verder naar rechts trekt, richting Harkenwold. Sareth vraagt hen om haar te komen opzoeken en te helpen weerstand bieden tegen de Iron Circle die hun dorpen bezet houdt, maar begrijpt ook dat ze nog andere dingen te doen hebben eerst en haar misschien niet direct willen komen meehelpen. Daarna rijdt het gezelschap verder naar Fallcrest, wat ze uiteindelijk laat op de avond bereiken. Het is bijna middernacht.

Opmerkingen

Arrol Kalton is de vader van Anarus Kalton. Zijn naam was tevens geschreven op de sarcofaag in de tombekamer voor de ruimte waar de geest van Anarus Kalton vertoefde.

View
Nynga Murdergrave
Tarsakh 4, 100 NR (namiddag)
Samenvatting

Het gezelschap probeert Nynga en haar bende voorzichtig te benaderen, maar faalt daar grondig in. Jixin eist dat ze haar de schedel van Anarus geven. Na een kort maar hevig gevecht waarbij Nynga nog probeert ervandoor te gaan net voordat ze het loodje erbij legt, slagen de helden erin iedereen te doden.

Opmerkingen

De schedel van Anarus is door Traevus gestolen toen hij Anarus vermoord heeft, daarna door Malareth van hem ontvreemd en uiteindelijk door de helden teruggestolen in opdracht van Traevus.
Jixin blijkt een doppelganger te zijn. Wanneer hij even alleen is met Sareth neemt hij haar gedaante aan en ontstaat er wat verwarring, maar uiteindelijk gaat ook hij tegen de vlakte.

View
Heroes in the Mist
Tarsakh 4, 100 NR (middag)
Samenvatting

Aran grijpt met zijn spectral Mage Hand de laatste metalen staaf uit de magische cirkel en zonder enige kleerscheuren geraakt het gezelschap terug tot in de tombekamer met de vier sarcofagen. Bij het in contact brengen van de metalen staven met de groene mist vormen deze een deuropening. Allen wandelen verder, maar deze daarachter liggende met groene mist gevulde kamer blijkt een construct te zijn van Axarog, een vreemd wezen zonder ogen dat leeft van de gevoelens en geheimen van anderen. Na deze vreemde ervaring, merkt Aran plots op dat ze bespied worden. Daelin zet de achtervolging in en gooit Jixin tegen de vlakte. Hij vertelt dat hij in opdracht van Nynga Murdergrave deze vertrekken van Anarus Kalton moet verkennen. Zij staat blijkbaar buiten te wachten met haar rechterhand Klyde en een zestal skeletten, waarvan één ruiter.

Opmerkingen

Op de staaf onderaan de schacht met de magische cirkel staat in Davek runes geschreven: “Toen geveld werden alle, de vuile hoerenzoon!” De volledige tekst op de metalen staven luidt nu in volgorde: “De donkere graaf des doods, hij leidde hem naar hier. Gevochten werd hard, en op wat voor manier. En Redgorm zat er gewoon, te wachten op zijn troon. Toen geveld werden alle, de vuile hoerenzoon!” De helden denken in de groene mist oog in oog met zichzelf te staan en beantwoorden tal van persoonlijke vragen, maar lijken elkaar echter niet echt goed te kennen, wat tot de nodige frustratie bij Axarog zorgt, die hun vertrouwen probeert te winnen. Nu de verzegeling van de kamer verbroken is dankzij de metalen staven, kan Axarog echter deze wereld verlaten en de kamer valt in op zichzelf, tot alles wat overblijft een deuropening is naar de volgende ruimte, in plaats van een volledige kamer op zichzelf. In de volgende kamer zien de helden een groot gat in de vloer en een aantal skeletten rondstappen. Achteraan in de kamer staan enkele boekenkasten. Aan de muur hangt een enorm skelet vastgenageld. Nynga Murdergrave is de meesteres van Anarus Kalton, die op zijn beurt Traevus en Malareth opleidde. Nadat Traevus Anarus vermoorde en zijn schedel meenam, kreeg Malareth van Nynga de taak om deze schedel terug in handen te krijgen, want blijkbaar bevat deze schedel aanzienlijke krachten. Jixin laat in zijn vertellingen over Nynga ook vallen dat zij in dienst werkt van Orcus, de demonenprins, heer en meester der ondoden.

View
De lift
Tarsakh 4, 100 NR (voormiddag)
Samenvatting

In de ruimte met het standbeeld dat een kristallen schaal omhoog houdt (waarop nu nog drie kleinere figuren zich bevinden) spreken ze de volgende naam uit (Alrastil) en verschijnt een specter om hen het leven zuur te maken. Deze spreekt op zijn beurt de namen van de Ochre Jelly (Pentuko) en de Dust Devil (Myrg) uit om het feestje compleet te maken. In de kristallen schaal ligt terug een metalen staaf. Het gezelschap onderzoekt vervolgens de ruimte wat verder en doet een beklemmende ontdekking: er bevindt zich nog een extra ruimte onder de eerste kamer waarin ze kunnen afdalen. Daarin vinden ze de vierde en laatste metalen staaf.

Opmerkingen

Op de staaf bovenin de kristallen schaal staat in Davek runes geschreven: “Gevochten werd hard, en op wat voor manier”. Aan de stenen sluitsteen hangt onderaan terug een touw met daaraan uiteindelijk een enorm tegengewicht dat in een lange schacht onder de eerste kamer zakt. Wanneer enkele van de helden hierop gaan staan, begint het plafond terug omhoog te gaan en het tegengewicht te zakken langs de schacht naar beneden tot op het punt dat de sluitsteen boven hen de schacht terug afdekt. Aan de zijwanden van deze schacht is een wenteltrap zichtbaar met onderaan op de vloer een soort magische cirkel die een vreemd licht afgeeft. In de ruimte onderaan fonkelen talloze sterretjes rondom de magische cirkel.

View
Het Stenen Leger
Tarsakh 4, 100 NR (morgen)
Samenvatting

Het gezelschap vindt twee korte, metalen staven: één in een verlaten werkkamer en een andere in een ruimte vol stenen krijgers die in versteende poses opgesteld staan, aan de voet van een gebekt, gevleugeld, demonisch standbeeld. Na afdaling in het gangenstelsel via de sarcofaag van Anarus Kalton ontdenkten ze een manier om doorheen de dunne rotswand toegang te krijgen tot de ruimte met de krater erachter. Na het verderzetten van de afdaling, belanden ze uiteindelijk in een kamer met een verticaal gespannen touw dat vastgemaakt is aan een stenen luik in de vloer en via een opening in het plafond verdwijnt. In de ruimte erboven bevindt zich een standbeeld dat een kristallen schaal omhoog houdt waarop vier kleinere figuren zich bevinden. Eén ervan (Ixam) blijkt een dretch te zijn die tot leven komt als zijn naam wordt uitgesproken.

Opmerkingen

In de werkkamer vinden de helden bloedsporen op de grond en een code die ze later kunnen gebruiken in de beveiligde plafondkamer. Op de staaf in de werkkamer staat in Davek runes geschreven: “En Redgorm zat er gewoon, te wachten op zijn troon”. Op de andere: “De donkere graaf des doods, hij leidde hem naar hier”. In de kist bij de krater zit een ‘Orb of Sanguinary Repercussions’ en wat goud. Bij het aan de hand van de verkregen code correct plaatsen van de twee hendels in de beveiligde plafondkamer wordt het stenen luik waaraan het touw vastgemaakt is, ontgrendelt, wordt dit luik omhoog getrokken en begint het plafond langzaam te zakken tot in het midden van de kamer. Via een hoger gelegen deur krijgen de helden nu zo toegang tot de ruimte erboven. Op de voet van de standbeeld in deze ruimte staan de woorden Ixam, Alrastil, Pentuko en Myrg.

View
Cirque du Cratère
Tarsakh 4, 100 NR (morgen)
Samenvatting

De helden ontdekken een krater in het ondergrondse gangenstelsel waarin de hete lava der aarde woest opborrelt. De gang stopt abrupt aan de rand van deze krater maar ze zien langs de andere zijde een verleidelijke kist staan naast twee glazen toortsen en wat achtergelaten materiaal. De helden geraken hier echter nét niet aan, maar Aran ziet wel dat er zich boven de krater een opening in het plafond bevindt waarlangs ze misschien zouden kunnen afdalen als ze daar later geraken. Na dan maar een kleine instorting teweeg te brengen in de vloer van de kamer die zich achter de gesloten deur bevindt en daarlangs naar boven te klimmen, kan het gezelschap verder en ontdekken ze een ruimte met enkele sarcofagen, maar echter ook een grote vleermuis en een massa skeletten die onmiddellijk de indringers gewapend tegemoet komen. Twee van de sarcofagen bieden ladders die in smalle tunnels naar beneden leiden.

Opmerkingen

De ondergrondse krater is de ideale locatie voor Aran om eens te testen of zijn vele trainen tot iets geleid heeft en al gauw begeeft hij zich langs de flank van de krater naar beneden met een touw vastgebonden rondom zijn middel en met het andere uiteinde vastgehouden door de anderen. Hij komt wat te kort maar ziet een touw liggen naast de kist die hij met zijn Mage Hand net kan grijpen. Na dit rondom hem te binden en er met zijn volle gewicht aan te gaan hangen blijkt het touw echter aardig vermolmd te zijn en kan hij zich nog vliegensvlug behelpen alvorens het touw volledig ontrafelt. Drie van de sarcofagen hebben opschriften: ‘Arrol Kalton’, ‘Alana Kalton’ en ‘Anarus Kalton’. Dat laatste is echter doorkrabt met erbij geschreven: ’Brand in de Negen Hellen!". In de sarcofaag van Arrol Kalton vinden ze een gouden beker en een +1 frost longsword wat Letizzia weet te appreciëren.

View
De afdaling
Tarsakh 3-4, 100 NR (nacht)
Samenvatting

Na een tijdje wordt het de helden al vlug duidelijk dat de lange afdaling via de trap een illusie is en nadat Aran iedereen wat kletsen geeft, zien ze de realiteit terug voor ogen en kan het gezelschap terug verder. Iets verderop, in een ruimte met verscheidene cellen waar enkele zombies opgesloten zitten, komen ze voor een gesloten deur te staan. De vloer lijkt echter elk moment te kunnen inzakken en het duurt dan ook niet lang of het gezelschap staat in een ondergrondse tunnel. Na het gangenstelsel wat verder te verkennen botsen ze op het nest van een stel spinnen; een grot in de flank van een enorme ondergrondse kloof. De helden besluiten hier te overnachten…

Opmerkingen

Vanuit de ondergrondse tunnel zien de helden dat in de kamer na de cellen – achter de gesloten deur boven hen – een val in de vloer verwerkt is; enkele onderdelen hiervan zijn reeds naar beneden gedonderd in de tunnel.

View
Blackguard
Tarsakh 3, 100 NR (nacht)
Samenvatting

Het gevecht tegen de blackguard en de ratten wordt grondig uitgevochten. Sareth krijgt eindelijk de kans om het aan haar beloofde magische wapen ter hand te nemen, dát weliswaar niet zonder enkele jaloerse blikken. Bij een inspectie van het afgehakte hoofd dat in het nabije bassin ligt te drijven, schieten de ogen ervan open en begint het aan een paniekerige strijd om niet kopje onder te gaan. Het lijkt iets te willen zeggen. Falco ziet dit echter niet over het hoofd en tilt het vlug bij de haren uit het water waarna het hen met grote ogen aankijkt en zegt: “Akarachi shi tamwan si tsafariska shazel tov”. Gelukkig houdt Sareth het hoofd koel en kan ze dit vlug neerschrijven in het bloed van de dooie ratten rondom hen. Na even het hoofd te breken over deze cryptische boodschap laten de helden het hoofd echter niet hangen en besluiten ze de trap in de hoek af te dalen, wat tot een hoop koppijn leidt.

Opmerkingen

Het hoofd is dat van een goblin, maar nu huist de geest van Tobias Trias erin, een paladdin van ‘He Who Was’ (god van het goede, vrede en schepper der mensen) of zoals hij die liever noemt: ‘He Who Will Be’. Hij herinnert zich hoe hij zonet omgekomen is in een gevecht tegen gnolls in Saruun Khel (een ondergronds gangencomplex ergens in de Nentir Vale) en werd net wakker als hoofd in dit bassin. Tobias heeft geen idee meer van wat hij net gezegd heeft. Na korte tijd valt het hoofd uit elkaar en verlaat zijn geest het gezelschap terug.

View
Kalton Manor
Tarsakh 3, 100 NR (late avond)
Samenvatting

Na een voorzichtige verkenning van de toren lijkt het er vol te lopen met skeletten en zombies. Op het luik dat hen de ondergrondse kerkers inleidt, is een groot rotsblok gevallen dat Ariadne al gauw even uit de weg duwt. Na een korte waarschuwing van een mistige verschijning die hen vertelt dat hen hier enkel dood en verderf te wachten staat indien ze verder de kerker verkennen, besluiten de helden dat net wél te doen. Al gauw komt het gezelschap oog in oog te staan met de gevreesde blackguard waar Sareth over sprak en die in het bezit is van haar familiewapen. Hij wordt vergezeld van een stel ratten en een gevecht breekt in alle hevigheid los.

Opmerkingen

Nabij de ruïnes van de toren vinden de helden een zevental lizardfolk-eieren die Aran meeneemt. Na afdaling in de kerkers van de toren blijkt dat enkele gekke bekken trekken en daarbij de stenen sculpturen na te bootsen die in de drie toegangsdeuren afgebeeld zijn, de manier bij uitstek te zijn om deze te openen. Een brede put oversteken op een smalle richel is voor Aran een koud kunstje dankzij zijn teleportatie-kunsten als eladrin en met zijn ‘mage hand’ spant hij ook nog eens een touw over de put, wat hen kan helpen om over te steken.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.